Brandschade of schroeischade kunstgras sportveld Wat te doen
Brandschade of schroeischade komt helaas regelmatig voor op kunstgras sportvelden (sigaretten, vuurwerk, brandende afvalbakken). De aanpak hangt af van de omvang van de schade en het type kunstgras. Wat belangrijk is als schade definitie is dat bij kunstgrasvelden wordt doorgaans niet gesproken over brandschade, maar over schroeischade. Kunstgrasvezels en backing bestaan uit thermoplastische kunststoffen (PE, PP, PA) die bij verhitting smelten en verschroeien, maar niet actief branden.
Schroeischade in kunstgras kenmerkt zich door
- samengesmolten vezels,
- zwarte of bruine verkleuring,
- verharde plekken in het kunstgras speeloppervlak.

Alleen bij grotere incidenten, waarbij ook de onderbouw en omgeving vlam vatten (bijv. brandende afvalbak of fakkel), kan gesproken worden van brandschade. Brandschade of schroeischade op een kunstgras sportveld ontstaat doordat het kunstgras gevoelig is voor hoge temperaturen en open vuur. Het materiaal smelt al vanaf ca. 150–180 °C en kan daardoor snel schroeien, smelten en daardoor beschadigen.
Oorzaken van schroeischade of brandschade op kunstgras
- Sigaretten of sigaren
- Achtergelaten peuken veroorzaken kleine smeltplekken en zwarte verkleuring.
- Vuurwerk (knalvuurwerk, fakkels, rookpotten, vuurpijlen)
- Vonken of brandresten verbranden vezels en backing.
- Vooral rond jaarwisseling of bij voetbalwedstrijden.
- Kampvuren, fakkels of BBQ’s op of naast het veld
- Directe vlammen veroorzaken grote gaten en verkoolde plekken.
- Glas (vergrootglaseffect in zonlicht)
- Achtergelaten flesjes of scherven kunnen zonlicht bundelen en lokaal kunstgras doen smelten.
- Explosieve hittebronnen / kortsluiting
- Brand in dug-outs, lichtmasten of kabels kan overslaan naar het veld.
- Bewust vandalisme. Zoals: brommers / scooters laten spinnen op kunstgras. (zwarte brandbanen) of expres in brand steken van kunstgras.
Gevolgen
- Smeltplekken → vezels krimpen samen, veld wordt glad/glanzend en onbespeelbaar.
- Gaten → backing verbrandt, waardoor de structuur verzwakt en infill wegloopt.
- Verkleuring → zwartgeblakerde zones blijven zichtbaar, zelfs na herstel.
- Structurele schade → bij grotere branden kan ook de shockpad of onderbouw beschadigd raken.
Kortom: brandschade ontstaat meestal door menselijk handelen (rookwaar, vuurwerk, vandalisme) en zelden door natuurlijke oorzaken.
Hier een stappenoverzicht overzicht, wat te doen:
Stap 1. Inspectie en vaststellen schade
- Kleine schroeischade of brandschade: vaak gaat het om een plek van enkele centimeters (gesmolten vezels en zwarte plekken).
- Middelgrote schade: gaten of verkoolde plekken van 0,5–2 m².
- Grote schade: schroeischade, plekken groter dan 2 m², vaak inclusief schade aan onderbouw en/of infill.
- Nagaan gevolg, is het kunstgras sportveld nog verder veilig te gebruiken.
Stap 2. Mogelijke herstelmethoden
- Kleine schade (plekjes < Ø 5 cm)
- Smeltplekken verwijderen (vezels wegknippen of uitsnijden, nieuw stukje plaatsen)..
- Dit is cosmetisch; speeleigenschappen blijven meestal intact.
- Middelgrote schade (0,5–2 m²)
- Beschadigde plek uitsnijden in een nette rechthoek/vierkant.
- Nieuw stuk kunstgras van hetzelfde type en vezelrichting inlijmen (vleug) met speciale kunstgraslijm en lijmdrager.
- Infills (zand/rubber/kurk) opnieuw aanvullen en egaliseren.
- Controle op vlakheid en hechting.
- Grote schade (> 2 m² of structurele schade)
- Volledige veldsectie vervangen (bijvoorbeeld een baan van 4 m breed over de hele lengte van het veld).
- Soms is herstel niet meer economisch en moet (deel van) het veld vernieuwd worden.
Stap 3. Veiligheid en aansprakelijkheid
- Oorzaak achterhalen: vaak vandalisme of vuurwerk → melding doen bij beheerder, verzekering en eventueel politie.
- Brandveiligheid checken: infill en backing kunnen schadelijke stoffen vrijgeven bij brand; inspectie uitvoeren voordat spelers weer gebruik maken van het veld.
- Registratie: schade vastleggen met foto’s en rapportage voor verzekering/garantie.
Onderhoud en preventie
- Verbodsborden tegen open vuur, BBQ’s en vuurwerk.
- Extra toezicht en verlichting bij risicoplekken.
- Bij herhaaldelijke schade soms preventieve camera’s of samenwerking met buurt/vereniging.
Vaak worden herstelwerkzaamheden uitgevoerd door de oorspronkelijke veldleverancier zodat de garantie behouden blijft en kleurverschillen beperkt blijven.
Het is verstandig om bij kunstgras installatie (aanleg) stukken kunstgras achter te houden, voor reparatie zoals schroei of brandschade.
Waarom kunstgras achterhouden bij installatie verstandig is:
- Schroeischade / brandschade herstellen
- Bij schade (sigaretten, vuurwerk, brandplekken) kan direct een identiek stuk kunstgras worden ingelijmd.
- Zonder reserve ontstaat kleurverschil (nieuw vs. verouderd kunstgras) of past het vezeltype niet meer.
- Beschadigingen door gebruik of onderhoud
- Denk aan snijschade bij onderhoud, ongevallen met zware machines of vandalisme.
- Kleur- en structuurbehoud
- Elke productieserie kunstgras heeft kleine verschillen in vezellengte, dichtheid en tint.
- Door materiaal uit dezelfde batch achter te houden, is het herstel vrijwel onzichtbaar.
- Beschikbaarheid in de toekomst
- Kunstgras wordt vaak na 2–3 jaar al niet meer in exact dezelfde uitvoering geproduceerd.
- Zonder reserve is herstel later moeilijk of alleen mogelijk met afwijkend kunstgras.
- Kostenbesparing
- Klein herstel met achtergehouden reststukken is goedkoper dan een volledige baan of sectie vervangen.
- Reserve kan ook gebruikt worden voor extra markeringen of correcties.
Praktisch advies hoeveelheid kunstgras als reserve houden
- Minimaal 1 rolbreedte (4 m) × 10 m aanhouden bij oplevering.
- Opslaan op een droge, donkere plaats (UV-licht kan kleur veranderen).
- Goed labelen met projectnaam, type en productiedatum.
- Leg dit vast in het opleveringsdossier van het veld.
Kortom: achtergehouden kunstgras is eigenlijk een verzekering voor herstelwerkzaamheden. Bij schroeischade, brandschade of ander lokaal herstel kan zo altijd een naadloos en goedkoop herstel plaatsvinden.
Kunstgras brandklasse
Kunstgras bestaat doorgaans uit kunststoffen zoals polyethyleen (PE), polypropyleen (PP) of nylon, vaak met een latex of PU-backing. Zonder behandeling vallen deze materialen meestal in de lagere klassen (E of F). Veel fabrikanten behandelen kunstgras met brandvertragende middelen, waardoor het in een hogere klasse kan komen (soms Cfl-s1 of Dfl-s1, specifiek voor vloerbedekking).
Binnen de Europese brandclassificatie (EN 13501-1) worden bouwproducten (waar kunstgras meestal onder valt) ingedeeld in Eurobrandklassen. Deze lopen van:
- A1 / A2 = onbrandbaar (steen, beton)
- B = zeer moeilijk brandbaar
- C / D = normaal brandbaar
- E = gemakkelijk brandbaar
- F = niet getest of niet gecertificeerd
Belangrijk onderscheid:
- Voor vloeren (zoals sportvelden, speelpleinen, dakterrassen) wordt meestal de EN 13501-1 “fl”-klasse gebruikt (bijv. Cfl-s1).
- Voor wand/geveltoepassingen zou de standaard EN 13501-1 zonder “fl” van toepassing zijn.
Concreet: kunstgras wordt meestal geclassificeerd als Efl of Cfl-s1, afhankelijk van de samenstelling en of er brandvertragende additieven zijn toegepast.
| Toepassing / Producttype | Typische brandklasse (EN 13501-1) | Toelichting |
|---|---|---|
| Standaard kunstgras (tuin, sier) | Efl of Ffl | Polypropyleen / polyethyleen vezels + latex backing. Gemakkelijk brandbaar, smelt en drupt. Vaak geen brandtest → Ffl. |
| Kunstgras voor sportvelden | Efl (soms Dfl-s1) | Groot oppervlak, meestal geen brandvertragende behandeling. Vlammen breiden zich beperkt uit door zand-infill, maar product zelf is brandbaar. |
| Brandvertragend kunstgras (specials) | Cfl-s1 of Dfl-s1 | Behandeld met additieven of backing. Komt voor op dakterrassen, speelpleinen, evenemententerreinen. |
| Kunstgras op daken (groendak/terras) | Cfl-s1 vaak vereist | Bouwbesluit / lokale regelgeving schrijft vaak min. Cfl-s1 voor vanwege brandveiligheid op gebouwen. |
| Niet getest | Ffl | Automatische toewijzing wanneer geen officiële test is gedaan. |
Extra opmerkingen
- fl = floorings → classificatie specifiek voor vloerbedekking en grasmatten.
- De toevoeging s1 of s2 zegt iets over de rookontwikkeling (s1 = weinig rook, s2 = meer rook).
- Voor Nederlandse daken en gevels gelden vaak strengere eisen (vaak Cfl-s1 verplicht).
- In sportvelden speelt de infill (zand/rubber) ook een rol: zand werkt brandremmend, rubber juist niet.
