Wat is sport of sporten?
Sport is een georganiseerde of individuele activiteit waarbij mensen lichamelijke, technische, tactische, mentale of motorische vaardigheden gebruiken. Afhankelijk van de sport spelen kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, coördinatie, precisie, strategie, samenwerking of competitie een belangrijke rol.
Herkomst naam sport
Miermans (1955) stelt dat het woord sport afkomstig is van de Latijnse term: disportare. Dit betekent zich verstrooien, zich vermaken of zich ontspannen. Volgens Leonard II (1980) is het begrip sport etymologisch afgeleid van het Latijnse woord desp orto (“in vervoering raken” of “laten meeslepen”). Dit verwijst naar het verschijnsel dat mensen volledig opgaan in een activiteit of zich erdoor laten meeslepen.
Wat is een sport
Om te bepalen wat wel of geen sport is, gebruiken sportveld.nl de internationale Sportdefinitie van Global Association of International Sports Federations (GAISF). GAISF is de overkoepelende organisatie voor alle (olympische en niet-olympische) internationale sportbonden en organisatoren van multi-sport en sport gerelateerde internationale verenigingen. GAISF is een internationale sportorganisatie met 92 volwaardige leden (internationale sportbonden met betrekking tot specifieke sport wereldwijd)
Het doel van GAISF is niet om een algemene wetenschappelijke statische definitie van sport te hebben, maar een heldere en pragmatische beschrijving van activiteiten die als sport beschouwd kunnen worden.
GAISF’s definitie van sport is de volgende definitie:
- Een vorm van competitie hebben;
- Niet afhankelijk zijn van een geïntegreerde geluksfactor;
- De sport mag geen risico opleveren voor de gezondheid en veiligheid van de sporters of deelnemers;
- Mag op geen enkele wijze schadelijk zijn voor elk levend wezen;
- De sport moet niet vertrouwen op apparatuur die wordt geleverd door een enkele leverancier.
Deze toelatingseisen zijn niet heel hard want aanvragen van activiteiten die beperkt lichamelijke of atletische activiteit vergen worden zeer zorgvuldig overwogen. Denk aan denksporten en gemotoriseerde sporten waar het lichamelijke aspect minder dominant is. Ook de relatie tussen sport en kunst is speciaal van belang bij jury-sporten.
GAISF gebruikt vijf categorieën voor de bij haar aangesloten federaties sport, waarvan vele vallen in meer dan een categorie:
- Voornamelijk lichamelijk / fysische (bijv voetbal)
- Voornamelijk geestelijk (bijv schaken)
- Voornamelijk gemotoriseerd (bijv formule )
- Voornamelijk coördinatie (bijv biljart )
- Voornamelijk dieren ondersteunend (bijv paardensport)
Voordeel van sporten
Sporten biedt tal van voordelen voor zowel je fysieke als mentale gezondheid. Het kan bijdragen aan:
1. Fysieke gezondheid: Sporten versterkt je spieren, verbetert je cardiovasculaire gezondheid, en bevordert een gezond gewicht. Het kan ook het risico op chronische ziekten verminderen, zoals hartziekten en diabetes.
2. Mentale gezondheid: Sporten kan stress verminderen en de stemming verbeteren. Het stimuleert de afgifte van endorfines, wat leidt tot een gevoel van welzijn. Regelmatige lichaamsbeweging wordt ook geassocieerd met een verminderd risico op depressie en angst.
3. Sociale interactie: Veel sportactiviteiten worden in groepsverband gedaan, wat sociale interactie en het opbouwen van vriendschappen bevordert. Dit draagt bij aan een gevoel van verbondenheid en gemeenschap.
4. Verbeterde slaap: Regelmatige lichaamsbeweging kan de kwaliteit van de slaap bevorderen. Het helpt om beter in slaap te vallen en dieper te slapen.
5. Gezond gewicht: Sporten is een effectieve manier om calorieën te verbranden en kan helpen bij het handhaven van een gezond gewicht.
6. Verbeterde cognitieve functies: Er is ook bewijs dat regelmatige lichaamsbeweging de cognitieve functies kan verbeteren, zoals concentratie en geheugen.
Kortom, sporten draagt bij aan een algemeen gevoel van welzijn, zowel op fysiek als mentaal niveau. Het is belangrijk om een vorm van lichaamsbeweging te vinden die je leuk vindt en die past bij je individuele behoeften en doelen.
Sport kent daardoor vele vormen, denk aan:
- veldsporten;
- zaalsporten;
- racketsporten;
- atletiek;
- watersport;
- vechtsport;
- denksport;
- motorsport;
- individuele sport;
- teamsport;
- recreatieve sport;
- wedstrijdsport;
- topsport.
Niet iedere sport heeft een sportveld nodig. Maar zodra een sport wordt beoefend op een specifiek terrein, vloer of speeloppervlak, ontstaat een directe relatie tussen de sport, het sportveld en de sportaccommodatie.
Wat is een sportveld?
Een sportveld is een terrein dat specifiek is ingericht om één of meerdere sporten veilig en functioneel te kunnen beoefenen.
Een sportveld bestaat daarom uit meer dan alleen het zichtbare speeloppervlak.
Een compleet sportveld kan worden gezien als een technisch systeem bestaande uit:
- de sportfunctie;
- het speelveld;
- de sporttechnische ondergrond;
- de fundering en bodemopbouw;
- drainage en waterhuishouding;
- eventueel beregening;
- belijning;
- doelen, netten en andere sportinrichting;
- veiligheidszones en uitloop;
- afscheidingen en ballenvangers;
- verlichting;
- onderhoud en beheer;
- inspectie, keuring en kwaliteitsbewaking.
Een goed sportveld is daarom niet simpelweg een stuk gras met lijnen.
Het is een ontworpen sporttechnische voorziening.
Waarom bepaalt de sport hoe een sportveld wordt gebouwd?
Iedere sport belast een veld op een andere manier.
Een voetbalveld krijgt bijvoorbeeld te maken met:
- veel loopbewegingen;
- draaien en afremmen;
- slidings;
- schoppen;
- doelgebieden met hoge gebruiksintensiteit;
- balrol en balstuit;
- belasting door noppen;
- grote verschillen tussen trainings- en wedstrijdgebruik.
Bij hockey spelen onder andere balrol, balstuit, snelheid en vlakheid van het oppervlak een belangrijke rol.
Bij tennis zijn onder meer balstuit, stroefheid, vlakheid en de specifieke eigenschappen van gravel, kunstgras of een andere ondergrond bepalend.
Daarom bestaat er niet één universeel “beste sportveld”.
Er bestaat alleen een sportveld dat geschikt is voor het beoogde gebruik.
Sportveld = sporttechniek
De kwaliteit van een sportveld moet worden beoordeeld vanuit de sport die erop wordt gespeeld.
Daarbij kunnen verschillende eigenschappen van belang zijn:
- vlakheid;
- stroefheid;
- schokabsorptie;
- verticale vervorming;
- energierestitutie;
- balstuit;
- balrol;
- waterdoorlatendheid;
- waterberging;
- stabiliteit;
- slijtvastheid;
- grip;
- veerkracht;
- duurzaamheid;
- veiligheid.
De juiste combinatie van eigenschappen bepaalt of een sportveld technisch geschikt is.
Een veld kan er visueel uitstekend uitzien en toch sporttechnisch onvoldoende functioneren.
Omgekeerd kan een veld visueel minder perfect ogen, maar technisch nog uitstekend functioneren.
Uiterlijk en sporttechnische kwaliteit zijn dus niet hetzelfde.
De ondergrond bepaalt mee hoe de sport wordt gespeeld
Sportvelden kunnen worden uitgevoerd met verschillende typen ondergronden.
Veel voorkomende ondergronden zijn:
- natuurgras;
- kunstgras;
- hybride gras;
- gravel;
- zand;
- rubber;
- EPDM;
- asfalt;
- beton;
- kunststof sportvloeren;
- andere speciaal ontwikkelde sportoppervlakken.
De keuze wordt bepaald door onder andere:
sport + gebruiksintensiteit + prestatieniveau + klimaat + waterhuishouding + onderhoud + budget + gewenste levensduur.
Een ondergrond moet dus niet alleen worden gekozen op basis van aanschafprijs.
De werkelijke kosten van een sportveld worden bepaald door de totale levenscyclus.
Natuurgras, kunstgras of hybride?
Natuurgras
Natuurgras is een levend systeem.
De kwaliteit wordt beïnvloed door:
- grassoort;
- bodem;
- wortelontwikkeling;
- bodemstructuur;
- water;
- voeding;
- temperatuur;
- licht;
- bespeling;
- maaibeheer;
- beluchting;
- verticuteren;
- doorzaaien;
- bemesting;
- herstelvermogen.
Daarom is een natuurgras sportveld nooit volledig statisch.
Het veld verandert voortdurend onder invloed van groei, weer en gebruik.
Kunstgras
Kunstgras is een geconstrueerd sportoppervlak waarbij de eigenschappen worden bepaald door de totale systeemopbouw.
Daarbij zijn onder meer van belang:
- vezel;
- backing;
- infill;
- shockpad;
- fundering;
- vlakheid;
- waterafvoer;
- sporttechnische eigenschappen;
- onderhoud.
Bij kunstgras moet daarom niet alleen naar de mat worden gekeken.
Het complete systeem bepaalt de prestatie.
Hybride gras
Hybride gras combineert natuurlijke grasgroei met kunstmatige ondersteuning.
Het doel is onder andere om de draagkracht, stabiliteit en gebruiksmogelijkheden van een natuurgrasveld te verbeteren.
Vooral bij intensief gebruikte voetbalvelden kan dit interessant zijn.
Sportveld en maatvoering
Een sportveld moet niet alleen groot genoeg zijn.
De maatvoering moet aansluiten bij:
- de sportregels;
- het wedstrijdniveau;
- de leeftijdscategorie;
- de gebruiksvorm;
- de sportbond;
- de beschikbare ruimte;
- de veiligheidszones;
- eventuele multifunctionele toepassing.
Bij voetbal varieert de maatvoering bijvoorbeeld per wedstrijdvorm en leeftijdscategorie. Voor seniorenvoetbal hanteert de KNVB voor Nederlandse velden onder meer 100–105 meter lengte en 64–69 meter breedte; internationaal wordt 105 × 68 meter als standaardmaat gebruikt. Maar de speelveldmaat is slechts één onderdeel.
Een veld van 105 × 68 meter is nog geen compleet voetbalveld.
Er moet ook rekening worden gehouden met:
- uitloop;
- doelen;
- dug-outs;
- ballenvangers;
- afscheidingen;
- verlichting;
- drainage;
- onderhoudsruimte;
- publiek;
- toegang;
- veiligheid.
Belijning is onderdeel van de sporttechniek
Belijning lijkt eenvoudig, maar is een essentieel onderdeel van een sportveld. De lijnen bepalen:
- het speelgebied;
- doelgebieden;
- strafgebieden;
- zij- en achterlijnen;
- zones;
- start- en finishpunten;
- wedstrijdvormen.
Bij voetbal schrijft de regelgeving bijvoorbeeld voor dat de lijnen maximaal 12 cm breed mogen zijn.
Bij multifunctionele velden ontstaat een extra uitdaging.
Meerdere sporten betekent vaak meerdere belijningen.
Daarom moet bij het ontwerp worden bepaald:
Welke sport heeft prioriteit? Welke belijning is permanent? Welke belijning is tijdelijk? Welke kleuren worden gebruikt? En beïnvloeden de lijnen de herkenbaarheid van het speelveld?
Eén sportveld voor meerdere sporten
Een multifunctioneel sportveld klinkt aantrekkelijk. Maar technisch is het niet altijd eenvoudig. Iedere sport heeft namelijk zijn eigen eisen.
Een ondergrond die uitstekend geschikt is voor basketbal, hoeft bijvoorbeeld niet geschikt te zijn voor voetbal. Ook kunnen balstuit, stroefheid, schokabsorptie en vervorming per sport anders worden beoordeeld.
Daarom betekent multifunctioneel niet automatisch:
één ondergrond die voor iedere sport optimaal is.
In sommige combinaties zijn sporten technisch goed te combineren. In andere gevallen moet een compromis worden geaccepteerd. Sportveld.nl heeft daarom een aparte kennisbasis opgebouwd rond multifunctioneel gebruik van sportvelden.
Sportveld en normen
Een professioneel sportveld wordt niet uitsluitend ontworpen op basis van ervaring.
Afhankelijk van de sport en toepassing kunnen normen, richtlijnen, sporttechnische eisen, spelregels, keuringsvoorwaarden en wettelijke voorschriften een rol spelen.
Belangrijke kennisbronnen zijn onder andere:
- NOC*NSF;
- sportbonden;
- KNVB;
- KNHB;
- internationale sportorganisaties;
- FIFA;
- NEN;
- Europese normen;
- RAW;
- CROW;
- producent- en systeemvoorschriften.
Een belangrijk onderscheid is daarbij:
Een spelregel is niet automatisch een bouwkundige norm.
En: een aanbeveling is niet automatisch een wettelijke verplichting.
Bij de aanleg of renovatie van een sportveld moet daarom altijd worden vastgesteld welke eisen daadwerkelijk van toepassing zijn.
Van sport naar programma van Eisen
Een goed sportveld begint eigenlijk vóór de eerste schop de grond in gaat.
De eerste vraag is niet: “Welke kunstgrasmat moeten we kopen?”
De eerste vraag is: “Wat moet dit sportveld gedurende zijn levensduur kunnen?”
Daarvoor moet onder andere worden vastgesteld:
1. Welke sport?
Voetbal, hockey, tennis, atletiek, korfbal, rugby, padel, pickleball, volleybal of multifunctioneel gebruik?
2. Welk niveau?
- recreatie, recreatief;
- training;
- competitie;
- regionaal;
- nationaal;
- internationaal;
- topsport.
3. Hoeveel gebruik?
Niet alleen het aantal teams is relevant.
Belangrijker is:
hoeveel gebruiksuren krijgt het veld en waar vindt die belasting plaats?
4. Welke ondergrond?
Natuurgras, kunstgras, hybride, kunststof, gravel of een andere constructie?
5. Welk klimaat?
Temperatuur, neerslag, droogte, zonbelasting, vorst en extreme weersomstandigheden beïnvloeden de keuze.
6. Hoe wordt het veld onderhouden?
Een technisch hoogwaardig veld zonder passend onderhoudsplan kan sneller achteruitgaan dan een eenvoudiger veld dat goed wordt beheerd.
Gebruik bepaalt de levensduur
De levensduur van een sportveld wordt niet alleen bepaald door ouderdom.
Een belangrijke factor is de belasting.
Twee identieke velden kunnen na tien jaar een totaal verschillende technische kwaliteit hebben.
Waarom?
Omdat bijvoorbeeld:
- het ene veld 500 uur per jaar wordt gebruikt;
- het andere veld 1.500 uur;
- de ene vereniging structureel onderhoud uitvoert;
- de andere alleen onderhoud uitvoert wanneer problemen zichtbaar worden;
- het ene veld goed wordt gebruikt bij natte omstandigheden;
- het andere veld wordt overbelast;
- drainage en waterhuishouding verschillen.
Daarom moet sportveldbeheer steeds meer worden gebaseerd op:
meten → analyseren → beoordelen → bijsturen.
Datagedreven veldbeheer wordt inmiddels ook nadrukkelijk toegepast in het professionele voetbal. De KNVB beschrijft bijvoorbeeld metingen van onder meer schokabsorptie, stroefheid, energierestitutie, balstuit, verticale vervorming en hardheid.
Het sportveld als technisch ecosysteem
Een modern sportveld kan worden gezien als een systeem waarin verschillende onderdelen elkaar beïnvloeden.
Sportbelasting
↓
oppervlak
↓
toplaag
↓
fundering
↓
drainage / waterhuishouding
↓
bodem
↓
onderhoud
↓
sporttechnische prestaties
Bij natuurgras komt daar het levende grasbestand bij.
Bij kunstgras spelen onder andere vezel, infill en eventueel shockpad een belangrijke rol.
Een probleem aan de bovenkant kan daarom zijn oorzaak veel dieper in de constructie hebben.
Bijvoorbeeld:
water op het veld → slechte afvoer → verdichte laag → onvoldoende infiltratie → slechte wortelontwikkeling → minder draagkracht → verslechtering van het speeloppervlak.
Daarom moet een sportveld niet alleen visueel worden geïnspecteerd.
Water en sport
Water is een van de belangrijkste factoren bij buitensportvelden.
Een sportveld moet afhankelijk van de constructie:
- water kunnen afvoeren;
- water kunnen bufferen;
- water kunnen infiltreren;
- eventueel water kunnen vasthouden;
- bij droogte voldoende vocht beschikbaar hebben.
Te veel water kan leiden tot:
- plasvorming;
- zachte toplaag;
- beschadiging;
- verdichting;
- slechte bespeelbaarheid;
- beperking van het gebruik.
Te weinig water kan leiden tot:
- droogtestress;
- groeiremming;
- verdroging;
- schade aan natuurgras;
- hardere omstandigheden.
De toekomst van sportveldbeheer ligt daarom steeds meer in slim waterbeheer in plaats van alleen meer beregenen.
Klimaatverandering verandert het sportveld
Sportvelden krijgen te maken met extremere omstandigheden:
- langere perioden van droogte;
- hevige neerslag;
- hogere temperaturen;
- langdurige hitte;
- watertekorten;
- veranderende groeiseizoenen.
Dat betekent dat bij nieuwe sportvelden niet alleen naar de situatie van vandaag moet worden gekeken.
De vraag wordt: Kan dit sportveld over 15 of 20 jaar nog functioneren onder veranderende klimatologische omstandigheden?
Dat beïnvloedt onder andere de keuze voor:
- gras;
- bodemopbouw;
- drainage;
- waterberging;
- beregening;
- kunstgras;
- schaduw;
- onderhoud;
- materiaalkeuze.
Veiligheid hoort bij het sportveld
Een sportveld moet sporttechnisch functioneren, maar vooral ook veilig zijn.
Veiligheid heeft betrekking op veel meer dan alleen de ondergrond.
Denk aan:
- vlakheid;
- obstakels;
- uitloopzones;
- doelen;
- ballenvangers;
- hekwerken;
- dug-outs;
- verlichting;
- elektrische installaties;
- gladheid;
- beschadigingen;
- losliggende onderdelen;
- weersomstandigheden;
- sneeuw, ijs of vorst;
- extreme waterbelasting.
Een veld kan daarom tijdelijk ongeschikt zijn voor gebruik.
Bespeelbaarheid is geen gevoel, maar een combinatie van technische toestand, omstandigheden, gebruik en risico.
Onderhoud is onderdeel van het ontwerp
Een veelgemaakte fout is om aanleg en onderhoud als twee afzonderlijke onderwerpen te zien.
Dat zou eigenlijk moeten zijn:
ontwerpen voor onderhoud.
Bij het ontwerp moet al worden bepaald:
- hoe wordt gemaaid?
- hoe wordt belucht?
- hoe wordt beregend?
- hoe wordt gedraineerd?
- hoe wordt kunstgras geborsteld?
- hoe wordt infill onderhouden?
- hoe worden beschadigingen hersteld?
- hoe worden prestaties gemeten?
- hoe wordt het veld geïnspecteerd?
Een goedkoop veld dat duur en moeilijk te onderhouden is, kan gedurende zijn levensduur duurder worden dan een kwalitatief beter ontworpen veld.
Van traditioneel onderhoud naar datagedreven beheer
De moderne sportveldbeheerder beschikt steeds vaker over data.
Denk aan:
- gebruiksuren;
- bodemvocht;
- neerslag;
- temperatuur;
- maaifrequentie;
- bemesting;
- beregeningshoeveelheden;
- sporttechnische meetwaarden;
- slijtage;
- onderhoudshistorie;
- storingen;
- keuringsresultaten.
Hiermee ontstaat een sportveld-KPI:
Wat meten we, waarom meten we het, welke grenswaarde geldt en welke actie volgt wanneer de waarde afwijkt?
Dat maakt beheer voorspelbaarder.
Duurzaamheid van een sportveld
Duurzaamheid betekent niet alleen minder CO₂.
Een duurzaam sportveld moet worden bekeken over de volledige levenscyclus:
grondstoffen → aanleg → gebruik → onderhoud → renovatie → hergebruik → einde levensduur.
Daarbij kunnen onder andere worden beoordeeld:
- watergebruik;
- energiegebruik;
- meststoffen;
- gewasbescherming;
- materiaalgebruik;
- transport;
- onderhoudsmachines;
- CO₂-uitstoot;
- levensduur;
- hergebruik;
- circulariteit;
- afvalstromen.
Een veld dat 20 jaar meegaat en weinig onderhoud vraagt, kan in sommige situaties duurzamer zijn dan een goedkoop veld dat veel eerder moet worden vervangen.
De sportaccommodatie van de toekomst
De sportaccommodatie van de toekomst wordt waarschijnlijk steeds multifunctioneler, meetbaarder en klimaatbestendiger.
Het sportveld wordt onderdeel van een groter systeem:
sportveld + sportpark + water + energie + biodiversiteit + openbare ruimte + maatschappelijke functie.
NOC*NSF benadrukt bijvoorbeeld het belang van toegankelijke, duurzame sportaccommodaties en een sportvriendelijke openbare ruimte die meerdere maatschappelijke functies kan vervullen.
Daarmee verandert ook de vraag aan een sportveld.
Niet meer alleen: “Kunnen we hier voetballen?”
Maar: “Welke sport- en maatschappelijke functies moet deze ruimte gedurende de komende decennia kunnen vervullen?”
Sportveld.nl: van sport naar techniek
Op Sportveld.nl koppelen we daarom de sport aan de techniek van het veld.
Van iedere sport kan de kennis worden bekeken vanuit verschillende invalshoeken:
Sport
Wat is de sport en hoe wordt deze gespeeld?
Speelveld
Welke afmetingen, belijningen en veiligheidszones zijn nodig?
Ondergrond
Welke ondergrond past bij de sport?
Constructie
Hoe wordt het veld technisch opgebouwd?
Materialen
Welke materialen, infill, kunstgrasvezels, toplagen of sportvloerconstructies worden toegepast?
Aanleg
Hoe wordt een nieuw veld gerealiseerd?
Beheer
Hoe wordt de kwaliteit gedurende de levensduur bewaakt?
Onderhoud
Welke onderhoudsmaatregelen zijn nodig?
Meten
Welke eigenschappen kunnen of moeten worden gemeten?
Keuren
Wanneer is inspectie of certificering noodzakelijk?
Veiligheid
Wanneer is een veld veilig en verantwoord bespeelbaar?
Duurzaamheid
Hoe beperken we water, energie, materiaalgebruik en milieubelasting?
De belangrijkste gedachte
Een sportveld moet niet worden ontworpen vanuit het materiaal.
Niet: “We willen kunstgras.”
Maar:
“We willen een sportfunctie realiseren.”
Daarna volgt de technische vraag:
Welke constructie en welk materiaal kunnen deze functie gedurende de gewenste levensduur veilig, sporttechnisch en duurzaam leveren?
Dat is het verschil tussen een veld aanleggen en een sportveld ontwerpen.
Sport en sportveld in één kennisbank
Sportveld.nl verbindt daarom de kennis over sport met de technische kennis achter het sportveld.
Van:
sport → regels → maatvoering → ondergrond → constructie → water → drainage → inrichting → veiligheid → gebruik → onderhoud → meten → keuren → duurzaamheid → renovatie.
Zo ontstaat niet alleen kennis over wat een sport is, maar vooral over wat nodig is om die sport goed, veilig en toekomstbestendig te kunnen beoefenen.
Sport begint bij de sporter. De prestatie wordt mede bepaald door het veld. En de kwaliteit van het veld begint bij de juiste technische keuzes.
